PAR wil opheldering over onbeantwoorde brieven aan Staten van Curaçao

WILLEMSTAD – PAR-Statenlid Shaheen Elhage wil weten waarom brieven van burgers aan het parlement van Curaçao onbeantwoord blijven en of de Staten voldoende toezicht houden op de behandeling van binnengekomen correspondentie. Aanleiding zijn twee brieven van Stanley Bodok uit 2024, waarop volgens Elhage nooit een ontvangstbevestiging of inhoudelijke reactie is gekomen.
Elhage heeft Statenvoorzitter Fergino Brownbill in een brief om opheldering gevraagd. Het gaat om een vervolg op een eerdere brief van 17 september, waarin hij aandacht vroeg voor de correspondentie van Bodok.
Bodok stuurde op 11 november en 27 december 2024 twee brieven aan het parlement. Beide werden officieel geregistreerd, maar volgens Elhage heeft Bodok aangegeven nooit een ontvangstbevestiging of inhoudelijke reactie te hebben ontvangen.
Het Statenlid wil niet alleen weten wat er met deze twee brieven is gebeurd, maar stelt ook vragen over de manier waarop het parlement in het algemeen omgaat met brieven en petities van burgers en organisaties.
Zeven vragen over behandeling van brieven
Elhage vraagt de Statenvoorzitter onder meer hoeveel brieven en petities het parlement de afgelopen zes maanden heeft ontvangen en hoeveel daarvan daadwerkelijk zijn beantwoord. Ook wil hij weten hoeveel correspondentie nog op behandeling wacht en wat de gemiddelde reactietijd is.
Daarnaast vraagt hij wie binnen de parlementaire organisatie verantwoordelijk is voor ontvangstbevestigingen, welke termijnen daarvoor gelden en of er een registratiesysteem bestaat waarmee de voortgang van brieven wordt bewaakt.
Ook wil het Statenlid weten hoeveel brieven en petities langer dan zes maanden onbeantwoord zijn gebleven.
Wanneer blijkt dat burgers structureel te lang op antwoord moeten wachten, wil Elhage weten welke maatregelen het parlement overweegt om de behandeling van correspondentie te verbeteren.
Grondwettelijk recht
Volgens Elhage raakt de kwestie aan een fundamenteel recht van burgers. Artikel 7 van de Staatsregeling van Curaçao geeft iedereen het recht om schriftelijk verzoeken bij de bevoegde autoriteiten in te dienen.
Elhage vindt dat het parlement ervoor moet zorgen dat dergelijke verzoeken daadwerkelijk worden behandeld. Wanneer een inhoudelijk antwoord meer tijd vergt, moet volgens hem op zijn minst een ontvangstbevestiging worden verstuurd, gevolgd door een reactie binnen een redelijke termijn.
Het Statenlid benadrukt dat het niet voldoende is om binnengekomen brieven uitsluitend te registreren. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun correspondentie ook daadwerkelijk wordt behandeld.
Volgens Elhage is dat van bijzonder belang wanneer burgers zich tot het parlement wenden over onderwerpen als bestaanszekerheid, pensioenen, volksgezondheid, overheidsbeleid en publieke financiën.
Vertrouwen in parlement
Elhage ziet de zaak-Bodok als aanleiding om de volledige werkwijze van het parlement tegen het licht te houden.
Een duidelijke en transparante procedure voor het ontvangen, registreren, behandelen en beantwoorden van brieven is volgens hem noodzakelijk voor behoorlijk bestuur en het vertrouwen tussen burgers en hun volksvertegenwoordiging.
Hij vraagt Brownbill daarom niet alleen om de gevraagde cijfers en procedures beschikbaar te stellen, maar ook om duidelijkheid over de actuele behandeling van de twee brieven van Bodok.



































